zaterdag 16 oktober 2010

uitzending gemist?

Heb je de TV uitzending over onze reis gemist? En wil je de uitzending alsnog zien?
De uitzending staat (in twee delen) op onze website http://www.inmanumedici.nl/.
Daar kun je hem bekijken op een moment die je zelf uit komt. Totaal duurt hij 11 minuten.

donderdag 8 april 2010

wij komen op TV

De EO heeft (vlak voor ons vertrek) lucht gekregen van onze reis en besloten er een aflevering van Helpende Hollanders aan te besteden. Helpende Hollanders is een onderdeel van het programma Nederland Helpt. In de aflevering van 15 april worden wij geportretteerd. De uitzending begint om 17.05 uur op Nederland 2. Wij hebben zelf de video nog niet gezien. Dus als je de primeur wilt hebben…

zondag 21 maart 2010

oost west, thuis best


We zitten weer gezond en wel in ons eigen huis. Ik heb zojuist de kinderen even met de auto naar het station gebracht. Het voelt tegelijk vreemd en toch heel vertrouwd om weer zelf (aan de rechterkant van de weg) te rijden, en de sleutel in de voordeur van ons huis te doen.

Gisteravond zijn we na een reis van 20 uur uit Sri Lanka thuis aangekomen. Op het vliegveld in Dusseldorf stonden onze kinderen met aanhang en Corry's zus en zwager met een spandoek, bloemen en een ballon ons op te wachten. Het weerzien was hartverwarmend. Terugkomen is dan toch wel veel leuker dan weggaan. Bij thuiskomst realiseren we ons weer wat voor een ruim en comfortabel huis we wel niet hebben. Maar ook dat we dat nauwelijks gemist hebben, maar wel de mensen. Vandaag was een dag om verhalen te delen met onze kinderen. We moeten weer wennen aan het Nederlandse leven en even de tijd nemen om om te schakelen.

We hebben een goede tijd gehad in Azie. Het was ons verlangen om de mensen daar te dienen en te bemoedigen, en daar was zeker gelegenheid voor. Het was een voorrecht om met die mooie en lieve kinderen te mogen werken, en samen te kunnen werken met de gemotiveerde en bewogen mensen van Nazarene Compassionate Ministries in Bangladesh en Sri Lanka. We hebben de kinderen voor het moment zelf kunnen helpen. En wat wij gedaan hebben heeft de organisaties met wie wij gewerkt hebben ook handvatten gegeven om hun beleid op de langere termijn bij te stellen. We hopen zo ook een structurele bijdrage te hebben gegeven aan de gezondheid van deze kinderen.

Dat we een goede tijd hebben gehad kwam zeker ook door het meeleven van alle mensen en doordat we hoorden en merkten dat ons weblog door zo veel mensen werd gevolgd. We willen jullie hartelijk danken voor alle ondersteuning op allerlei manieren. En ook dat jullie met ons meegeleefd hebben door mee te lezen. Dat heeft ons erg goed gedaan.
We sluiten hiermee deze serie van weblogs af. De "abonnees" ontvangen vanaf nu niet meer de updates van onze weblog. Ons weblog blijft wel openbaar. Omdat we van plan zijn in de toekomst vaker dit soort reizen te maken, zullen we de huidige abonnees er op attent maken als het weer zo ver is. Je kan je natuurlijk ten allen tijde aan- of afmelden.

Het motto van onze kerk wereldwijd is iets wat we jullie graag toe willen wensen: CELEBRATE LIFE ! Hartelijk bedankt dat je hebt meegelezen en meegeleefd. Tot de volgende keer.

woensdag 17 maart 2010

resultaten Sri Lanka


Ook hier hebben we resultaten van onze onderzoeken op een rijtje gezet. In Sri Lanka hebben we in totaal 1330 kinderen nagekeken. Wat voor ons er uit sprong waren de slechte gebitten. 19% van de kinderen hadden een slecht gebit. En dan hebben we de gebitten met alleen maar bruine vlekken niet eens meegerekend. Wat wij telden als slechte gebitten waren de kinderen met duidelijke gaten, tot aan een vrijwel geheel beschadigd gebit aan toe. Er wordt ook veel zoetigheid gegeten. Als ouders klaagden over de slechte eetlust van hun kinderen, was er bijna steevast sprake van te veel snoepen. Een stuk educatie zou hier veel uit kunnen maken.

Wat ons ook op viel, was dat veel kinderen (en ook volwassenen) veel te weinig dronken. Vaak maar 1-2 glazen per dag. En dat bij meer dan 30 graden in de schaduw en een hoge vochtigheidsgraad, waardoor je erg gaat zweten. Hoofdpijn en verstopte darmen zagen we als de gevolgen daarvan. Ook dit is met uitleg makkelijk en goedkoop op te lossen. We hebben nog gezocht naar oorzaken voor het slechte drinken, bijvoorbeeld slechte verkrijgbaarheid van water, of gebrek aan toiletten. Maar dat bleek allemaal niet mee te spelen. Ze denken er gewoon niet aan om meer te drinken.

In vergelijking met Bangladesh was er hier meer variatie in de problemen die we vonden. De gezondheidszorg is hier (in theorie) ook beter geregeld. Dat bleek vooral doordat de kinderen die al langer klachten hadden, al een keer bij de dokter waren geweest. Om een goede vergelijking met Bangladesh te kunnen maken hebben we de slechte gebitten eventjes niet meegerekend (die zitten dus ook niet in de grafiek). Dan blijkt nog 25% van de kinderen een probleem te hebben die de hulp van een dokter vraagt (meer dan in het armere Bangladesh). Die dokter is er wel, maar mensen maken er te weinig gebruik van. Ik heb uitgebreid gesproken met een algemeen arts in een (regerings)districtsziekenhuis, de dokter die qua inzet vergelijkbaar is de huisarts in Nederland. Aan het begin van de dag staan er 400 mensen (zonder afspraak) te wachten voor een consult. Elke collega-arts moet zo'n 30 patienten per uur zien om aan het eind van de dag de wachtkamer te hebben leeg gemaakt. Met zo'n werkdruk is er weinig tijd voor uitleg en educatie. En met zo'n wachtrij is het logisch dat mensen een bezoek aan de dokter zo lang mogelijk uitstellen. In een privekliniek gaat het natuurlijk anders, maar dan moet je wel geld meebrengen.

We zijn nog niet in de gelegenheid geweest om de resultaten met David, de NCM-directeur te bespreken. Dat doen we vrijdag. Morgen (donderdag) reizen we van Kandy naar Seeduwa. Onderweg gaan we nog een bekend olifantenweeshuis bezoeken. Seeduwa ligt in de buurt van Colombo, en vlak bij het vliegveld, richting huis! We vinden het fijn om weer terug te gaan en onze kinderen en andere bekenden te zien. Omdat we eerder klaar zijn met ons werk kunnen we een paar dagen eerder terug gaan: zaterdag vliegen we richting Nederland.

dinsdag 16 maart 2010

toerist in Kandy


Sinds gisteren zijn we "echt" toerist in Sri Lanka, al voelt het nog niet zo. Gisteren zijn we aangekomen in Kandy. Kandy is een van de grotere steden van Sri Lanka. Het ligt in het heuvelland en is vooral bekend om zijn meer, botanische tuinen, en een grote tempel waar een tand van Boeddha wordt bewaard. We logeren in een mooi, groot hotel. We hebben ruime kamer in een oud koloniaal gebouw. Ons balkon heeft uitzicht op de tuin van het hotel en het meer van Kandy.

Zaterdag hebben we nog kinderen onderzocht. Zonder dat we het wisten bleek dat de laatste keer te zijn. We zouden namelijk in de omgeving van Kandy ook nog kinderen zien. Zaterdagavond hoorden we dat we daarvoor geen toestemming hadden gekregen. De plaatselijke district medical officer wilde alleen toestemming geven, als wij ook medicatie zouden verstrekken. Financieel zou dat best wel te doen zijn, wij zouden het zelfs uit eigen zak kunnen betalen. Maar organisatorisch zou dat een grote verandering betekenen. Bovendien hebben wij er persoonlijk moeite mee om medicijnen te geven, ook wanneer dat eigenlijk niet nodig is. Bovendien wordt er dan van volgende dokters dan ook weer medicijnen verwacht. Dus zowel NCM als wijzelf vonden het beter om dat niet te doen. En het nakijken van de kinderen is dus niet doorgegaan. Dus we hebben nu onverwacht twee dagen extra, en zelfs drie als we niet naar Kandy waren gereisd. We hebben besloten om toch maar naar Kandy te reizen om hier wat uit te rusten en toeristische attracties te bekijken. Kandy ligt ook ongeveer halverwege de oostkust, waar we waren, en de westkust, waar we op het vliegtuig moeten stappen. Dus een verblijf hier knipt onze reis in tweeen.

Sri Lanka is een mooi land, als je hier toerist bent. We hebben in de afgelopen weken door verschillende delen van Sri Lanka gereisd. Ten oosten van het centrale heuvelland is het land veel vlakker. Op onze reis van Kalmunai naar Kandy hebben we veel rijstvelden gezien. De rijst is nu oogstrijp. Op veel plaatsen ligt de pas geoogste rijst te drogen op de weg, en zie je de afgesneden rijsthalmen; op andere plekken zie je de volle aren nog in de brandende zon heen en weer wuiven. Er is ook onontgonnen jungleland. Hoge en lage bomen dicht op elkaar groeiend, worden afgewisseld met laag groeiend struikgewas. In dit gebied leven ook nog wilde olifantenkuddes. Als je uit het autoraam kijkt, kan je je voorstellen dat een paar meter van de weg af zo maar een olifant verstopt kan zitten, zonder dat je dat in de gaten hebt. Tot voor enkele jaren terug zaten in deze jungle ook legers van de Tamil Tijgers verstopt. Als je dan de uitlopers van het heuvelland in rijdt zie je dat de rijstvelden in terrassen zijn gehouwen. Stuwdammen zorgen voor grote meren en prachtige uitzichten over die meren.

Het echte toeristengevoel hebben we echter nog niet te pakken. Bij het zien van de prachtige stranden aan de oostkust trekken vooral de door de tsunami verwoeste gebouwen onze aandacht. En lopend op een weg met uitzicht op de oceaan proberen we ons voor te stellen hoe beangstigend een muur van water van 15 meter hoog die op je af komt, wel niet moet zijn. Enorme Boeddhabeelden (tot wel 20 meter hoog) bij boeddhistische tempels en hindoetempels met muren vol met uitgekerfde mens-, dier- en fantasiefiguren, kunnen ons niet bekoren. Onze gedachten en ons hart zit nog te veel bij het leed dat de mensen hebben meegemaakt, de armoede waarin een groot deel van de bevolking leeft, en de verhalen van de mensen die we hebben gehoord. We herkennen dit gevoel van toen we in Nepal hadden gewerkt. Als je ergens hebt gewerkt, kijk je toch met een heel andere blik naar toeristische attracties.

Voorlopig gaan we even uitrusten. We gaan nog een evaluatie maken met de resultaten van Sri Lanka, en ons voorbereiden op onze terugkomst in Nederland. We laten ons lekker verwennen in dit hotel, laten onze indrukken bezinken en gaan onze gedachten ordenen. Eventjes met wat anders bezig zijn. Is dat niet het hart van "toerist" zijn?

donderdag 11 maart 2010

de oostkust

Woensdagmiddag ons eerste CDC aan de oostkust bezocht. Aangezien de
kinderen naar school gaan tot 14.00 uur en dan eerst naar huis gaan,
konden we pas om 15.00 uur starten. Joseph en zijn staf hebben ons
opgehaald en omdat er nog tijd genoeg was heeft hij ons eerst naar het
strand gebracht. Hetgeen we daar zagen bezorgde ons weer kippenvel:
Allerlei puin op het strand en fundamenten van wat ooit huizen en gebouwen
waren geweest. Alsof het drama van de tsunami net was gebeurd. Er is veel
herbouwd maar (gelukkig) een stuk verder van de kust af. Echter het puin
en de resten van huizen is nog niet opgeruimd. We hoorden dat het water
een kilometer het land ingegaan is. En dat er van de 12.000 inwoners van
dit stadje 3.000 omgekomen zijn, waarvan het merendeel kinderen. De
tsunami was hier 's morgens om 8 uur en velen lagen nog te slapen. Als je
naar de prachtig blauwe oceaan kijkt, de wuivende palmbomen op het strand,
het goudgele zand en je probeert je voor te stellen wat er gebeurd is, dan
moet je wel even slikken. Aan de westkust hebben we een man gesproken die
behalve zijn broer zijn hele gezin en familie verloren heeft. Hij vertelde
dat veel mensen op het moment dat het water zich terugtrok bleven kijken
van verbazing en de vissen gingen pakken die op het drooggevallen zand
lagen te spartelen. Men had geen idee dat er een grote golf zou komen.

Na ons bezoek aan het strand zijn we naar het schoolgebouw gereden dat NCM
gebouwd heeft. Langzaam druppelden de kinderen binnen en na een uur van
organiseren en installeren konden we beginnen met het nakijken van de
kinderen. Op deze school alleen Moslim kinderen. De moslims zijn een
aparte bevolkingsgroep in Sri Lanka, naast de (boeddhistische) Singalezen
en (hindoe) Tamils, en langs de oostkust vind je veel plaatsen die
volledig moslim zijn, zo ook Kalmunai. Alle moeders kwamen mee en we zaten
in een piepklein hokje. Met 1 sari was een stukje van een klaslokaal voor
inkijk afgeschermd. De NCM werkers vonden eerst dat we niet konden vragen
dat de kinderen zich gedeeltelijk uit zouden kleden. In de moslimwereld
kon dat niet. Maar die opmerking hadden we al vaker gehoord, zonder dat
die echt waar bleek te zijn. En hoe kijk je kinderen na als ze van top tot
teen gekleed zijn? En wat bleek…het was totaal geen probleem. De moeders
begonnen al aan de kleren van de kinderen te trekken als ze in de ruimte
kwamen waar wij zaten. We zijn tot 20.00 uur 's avonds achter elkaar door
bezig geweest. Tussendoor verhuisd naar een andere ruimte waar licht was,
want om 18.30 uur is het hier echt donker.

Na afloop begrepen we dat er een maaltijd voor ons en de NCM werkers
gemaakt was. Aangezien wij de laatste dagen wat maag-darm klachten hadden,
wilden we eigenlijk niet eten. Maar we gingen wel mee en werden hartelijk
ontvangen in een moslim huis waar men apart eten gemaakt had voor ons dat
niet 'too spicy' was. Dus toch wat gegeten en het smaakte ons goed.
Joseph, de NCM coördinator werkt sinds de Tsunami hier in de omgeving en
heeft een goede relatie opgebouwd met de mensen hier. Geweldig om te zien
hoe verschillen wegvallen, er respect is voor elkaar en men elkaar helpt.
Zo hoort het…
Een dag later hoorden we van Joseph dat de mensen erg 'happy'waren met de
check up van de kinderen en zelf ook een check up wilden! Gezien de agenda
is dat niet mogelijk. Maar wel fijn om te horen dat men tevreden was.

Ons tweede CDC (gisteren) was 28 km verderop en over deze afstand hebben
we een uur gedaan. De hele kustweg is slecht. Er wordt volop gewerkt aan
de weg. Door de oorlog (een jaar geleden is hier gestreden) is er veel
schade aangericht. Veel hobbels en bobbels waardoor je maar langzaam kunt
rijden. Aangezien men nu wist dat je 120 kinderen niet in een uurtje
nakijkt, en dit team nu ook wist wat er nodig is, konden we wat eerder
starten. Alle kinderen die we hier zien hebben de tsunami en de oorlog
meegemaakt. Alhoewel we niet meer kunnen doen dan lichamelijk onderzoek en
kleine problemen behandelen voelt het goed om "iets" voor hen te kunnen
betekenen.

Om 20.00 uur waren we terug in ons hotel/guesthouse en hebben we een
uurtje later buiten 'noodles' gegeten. De temperatuur was inmiddels naar
een aangename hoogte gedaald. Men is hier niet gewend aan westerse
gasten, maar de hotelstaf doet er alles aan om ons ter wille te zijn. De
menukaart is niet uitgebreid en vermeldt uiteraard vooral Sri Lankaans
eten. Men vraagt aan ons wat we willen eten. Ons ontbijt wordt helemaal
op maat voor ons gemaakt. Veel trek hebben we niet door de warmte, maar
we doen ons best om goed te blijven drinken. Door de burgeroorlog zijn
de toeristen weggebleven van de oostkust, veel hotels hebben toen ook te
lijden gehad van bomaanslagen. Hopelijk komen de toeristen nu geleidelijk
aan weer terug. De vriendelijke mensen en de prachtige stranden, de hoge
temperatuur en het relaxte levenstempo, kunnen een bezoek aan de oostkust
tot een ware vakantie maken.

dinsdag 9 maart 2010

Kalmunai

Kalmunai is een kleine stad aan de oostkust van Sri Lanka. We zijn hier gisteravond in het donker aangekomen. De reis was lang, door weer een heel ander landschap van Sri Lanka. De wegen waren redelijk, en de reis viel ons niet tegen.

Er zijn hier inderdaad nauwelijks hotels. Het hotel waar wij slapen is een soort guesthouse nivo. Een eenvoudige kamer. Wel met een eigen badkamer, in tegenstelling tot de andere 4 kamers, die de andere badkamer op deze verdieping delen. Er is zelfs een airco, die niet zo veel lijkt te doen, totdat je de kamer uitloopt: dan merk je het verschil. Dat is toch wel fijn, want het is hier snikheet. Warm water was "not available". Maar we hebben ze een beetje laten koken, zelf gemengd met koud en het over onszelf uitgegoten. Het personeel doet heel erg zijn best om ons ter wille te zijn. De koffie vanmorgen was best wel aardig.

Bij daglicht hebben we het stadje wat verkend. Corry heeft hier als blanke weer ouderwets veel bekijks. Je vindt de gebruikelijke ratjetoe van winkels. En nu ook een internetcafe. De verbinding is redelijk snel, maar het toetsenbord zo slecht dat ik mijn tekst gemiddeld 2x moet typen. Maar we zijn blij dat we wat gevonden hebben. Het is zo fijn om contact te hebben.

Er wordt hier druk gebouwd.Je ziet veel nieuwe gebouwen en gebouwen in aanbouw. Er wordt hard aan de weg gewerkt. Je ziet ook dat bepaalde bruggen, wegen of gebouwen geschonken zijn door een stad, organisatie of iets dergelijks naar aanleiding van de tsunami. NCM heeft hier 110 huizen en een school gebouwd voor tsunami slachtoffers. Nu richten ze zich op de heropbouw na de burgeroorlog.

Vanmiddag (na schooltijd, 15.00 uur onze tijd) bezoeken we weer een CDC om kinderen na te kijken. We zullen in dit gebied op 3 plaatsen kinderen onderzoeken en ook wat andere projecten van NCM bekijken. Dit internetcafe is niet zo ver van ons hotel. Dus we verwachten jullie op de hoogte te kunnen houden. Tot de volgende keer!

maandag 8 maart 2010

van west naar oost


Sri Lanka is een prachtig land als je toerist bent. De afgelopen 4 dagen hebben we doorgebracht in een mooi hotel aan het strand van Hikkaduwa aan de westkust van Sri Lanka. Op een ligbed wat lezen in de schaduw van een palmboom, wandelen over het zandstrand met je voeten in het warme water van de Indische oceaan, af en toe een verfrissende duik nemen in het heldere zwembadwater, kijken naar de zeeschildpadden die aan het grazen zijn aan de rand van het koraalrif. Hikkaduwa is ideaal als je gaat voor sun, sea en surf.

Als je er op let, zie je dat dit zonnige toeristenoord ook een ander verhaal vertelt. De tsunami van 2004 is hier hard aangekomen. Je ziet veel huizen die gedeeltelijk verwoest zijn, of alleen funderingen met een stukje muur. En ook veel graven. Er wordt veel gebouwd. Op de dag dat we aankwamen hebben we een wandeling langs het strand gemaakt, en de vloed was zich net aan het terugtrekken. In het ondiepe water langs het strand zag je resten van dakpannen en borden. We kwamen ook iets lugubers tegen: een menselijke voet. Nou is de tsunami al erg lang geleden, en misschien had die voet niks met de tsunami te maken, maar het bepaalt je wel bij de geschiedenis. Als je de plaatselijke bevolking er naar vraagt, hoor je trieste en "geluk hebben" verhalen die de mensen hebben meegemaakt. Sommigen hebben hun hele familie verloren. Anderen waren op dat moment net ergens anders. Een enorm Boeddhabeeld is staat vlak bij Hikkaduwa ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

Intussen zijn we weer terug in Seeduwa, vlak bij Colombo, na 4 dagen lekker uitrusten in Hikkaduwa. We hebben genoten van de zon, rust en het gezelschap van onze nieuwe vrienden. We hebben lekker bijgetankt voor de lange reis van morgen. We gaan dan van hier, de westkust, naar Kalmunai aan de oostkust. Ook dat is een gebied dat is getroffen door de tsunami. Bovendien is het jarenlang oorlogsgebied geweest, tijdens de burgeroorlog tussen de Tamil tijgers en het Sri Lankaanse leger. Nazarene Compassionate Ministries bouwt daar huizen. Er zijn er nu ongeveer 180 gebouwd, voor evenveel gezinnen. NCM heeft daar ook 5 Child Development Centers in de (wijde) omgeving, die wij zullen bezoeken. Hoewel de Sri Lankaanse regering haar best doet om het land in ieder geval weer toonbaar te maken, is dat gebied nog niet rijp voor toeristen. Volgens onze contactpersoon David is er maar 1 hotel dat geschikt is voor Westerlingen. Dat hotel heeft geen warm stromend water, maar dat heb je toch niet nodig omdat het buiten zo warm is. We zijn benieuwd…

Morgenochtend maken we de reis van west naar oost. Een rit van ongeveer 8-10 uur, dwars door het heuvelland van Sri Lanka. Hoewel we wel op zien tegen de lange rit, en van de ritten vaak vermoeider zijn dan van ons medische werk, zijn we ook wel erg nieuwsgierig naar hoe het daar is, en welk verschil de aanwezigheid van NCM daar maakt. Het zou ons verbazen als we daar internetverbinding hebben. Dus misschien duurt het weer een weekje voordat we weer bloggen. Tot dan.

woensdag 3 maart 2010

het heuvelland van Sri Lanka

Het trainingscentrum in Hatton was de eerste week onze uitvalsbasis en de tweede week de plek waar de training over psychotrauma werd gehouden.

Vanuit het trainingscentrum kan je af en toe de theepluksters aan het werk zien.
Dit is toevallig een goed gevulde dame, maar de meeste theepluksters zien er mager en verweerd uit.

Ons vervoermiddel van de eerste weken, een tuk tuk. Een brommer op drie wielen met wat blik er om heen. De achterbank is voor 3 personen gemaakt, en de voorbank voor 1, de chauffeur. Maar doorgaans zaten we met zijn vieren op de achterbank, en op de voorbank konden er ook wel drie zitten.

Onze spreekkamer heeft inkijk vanuit de deur en vanuit het raam. Maar doorgaans is dat geen probleem. Af en toe worden de mensen weggestuurd. even later zijn ze weer terug. Alleen bij het bekijken van wat oudere meisjes trekt iedereen zich discreet terug.

Hoog in de bergen ligt World's end. 2 uur reizen in de tuk tuk of zelfs een busje is zwaar. Maar de uitzichten zijn af en toe schitterend.

dinsdag 2 maart 2010

een weekje rust


Op dit ogenblik logeren we in het huis van Rich en Betty Crow in Negombo, 20 km ten noorden van Colombo. Rich en Betty zijn twee hartelijke Amerikanen, die voor onze kerk werken. Rich houdt zich bezig met de gebouwen van en het bouwen door onze kerk in heel Eurazie, Betty is verantwoordelijk voor alle kerkstatistieken in dezelfde regio. We hebben elkaar ontmoet toen we tegelijk in Dhaka waren, en toen afgesproken dat we een paar dagen samen vakantie zouden vieren. Zij wonen nu twee jaar in Sri Lanka, maar hebben nog weinig van de toeristische trekpleisters gezien. En over twee weken verhuizen ze naar Hongarije. Dus zij wilden ook even toerist zijn hier in het land.

Ons visum moest deze week verlengd worden, dus wij moesten toch naar Colombo. Ook voor Rich en Betty kwam deze week goed uit. Dus wij hebben deze dagen gekozen voor een pauze. Morgen vertrekken we voor vier dagen naar Hikkaduwa, aan de zuidwest kust van Sri Lanka, en we zijn van plan van daaruit wat toeristische trekpleisters te bekijken.

We zijn blij met dit weekje rust. De laatste week hebben we als vrij zwaar ervaren. Dit kwam niet doordat het werk zo zwaar was, maar omdat we ontzettend veel gereisd hebben, en de organisatie slecht liep. Op het hoofdkantoor was gezegd dat we de hele week op 1 plek zouden slapen en vandaar uit zouden reizen. De dag na onze aankomst in de provincie Badulla, merkten we dat de lokale staf had gekozen voor twee slaapplaatsen. Na 3 dagen moesten we verhuizen. Maar in het eerste guesthouse konden we maar 2 nachten blijven, dus dat was een extra verhuizing. En de tweede plek zou ook nog veel reizen opleveren, dus ze hadden nog een derde hotel voor twee dagen geregeld. Alleen zaten die twee dagen tussen de twee dagen op tweede plek. Kan je het nog volgen? Het kwam er op neer dat we in 7 dagen 5 verschillende slaapplekken hadden. En zelfs dan hebben we nog dagelijks 1-2 uur (enkele reis) gereisd naar onze werkplek. Opeengepakt in een hobbelende tuk-tuk of wat ruimer zittend, maar nog steeds erg warm in een schuddend minibusje zonder airco. Aan het begin van de week zijn we van Hatton naar Bandarawela gereden, een rit van vijf uur, nadat we door allerlei omstandigheden al vijf uur hadden zitten wachten. En aan het eind van de week zijn we van Bandarawela naar Negombo gereden, een rit van 6.5 uur. Alles bij elkaar hebben we de afgelopen week zo'n 40 uur besteed aan reizen, 12 uur aan wachten, en ongeveer 20 uur aan het zien van kinderen (en volwassenen). De eerste helft van de week ging er organisatorisch van alles mis, en ontdekten we ook de abominabele planning die ze gemaakt hadden. Door het gebrekkige Engels van de lokale staf, lukte het niet om een "goed gesprek" te hebben. Maar ze hebben onze frustratie wel opgepikt, en de tweede helft van de week ging het gelukkig wel goed.

De tweede helft van de week hebben we onze frustratie maar laten wegvloeien en proberen te genieten van het reizen. De omgeving van Badulla en Passerelle is prachtig. Hoge heuvels zijn bedekt met afwisselend jungle en theeplantages. In de valleien zie je terrassen van rijstvelden. We zaten dicht bij een plek die World's End heet. Zo'n gevoel kon je daar ook wel krijgen.

Een tweede voordeel van onze terugkomst naar Colombo is dat we een goed gesprek konden hebben met David, de directeur van Nazarene Compassionate Ministries. Hij was erg verbaasd dat de lokale staf de afgelopen week zo had geregeld, hij had de opdracht anders gegeven. Voor volgende week staat een reis naar de oostkust gepland (8 uur reizen), en wij waren niet bereid om dat te doen, als de organisatie weer zo slecht zou zijn. David vertelde dat de staf aan de oostkust meer gewend is om met buitenlanders te werken en hij is er van overtuigd dat het beter zal gaan. We hebben concrete afspraken gemaakt en denken dat het ook wel beter zal gaan. De oostkust is een gebied dat is geteisterd door zowel de burgeroorlog als de tsunami. Het leven schijnt daar nog zwaarder te zijn dan in het centrale heuvelland. Zij kennen maar 1 hotel dat ze behoorlijk genoeg vinden om westerlingen in te stoppen. Dat hotel heeft geen warm stromend water, maar dat heb je niet nodig want het is er toch al warm… We hebben de indruk dat we wel nuttig kunnen zijn daar, en hebben besloten om de lange reis toch te gaan maken.

Gisteren hebben we ons visum verlengd. Op zich ging dat probleemloos, behalve dat we 6 verschillende loketten af moesten en alles bij elkaar zo'n 5 uur er mee bezig waren. Maar dat is normaal. De plek waar je het visum moet verlengen is bij de immigratiedienst. Je komt binnen in een wachtruimte, waar wel zo'n 200 mensen zitten te wachten, hangen of rondlopen. Aan de zijkanten zijn drie kantoortjes met glazen wanden. En aan de verre zijde een hele rij loketten voor allerlei verschillende onderdelen van het proces van visum aanvragen. Aan de muur achter die loketten hangt een grote plaquette, in dezelfde kleuren als de overige bordjes in dit officiële regeringsgebouw. Op die plaquette staat: The secret of success is hard work. That is why it is still a secret. (Het geheim van succes is hard werken. Daarom is het nog steeds een geheim.) Ik ben blij dat de Sri Lankanen zichzelf af en toe ook niet serieus nemen.

Vandaag hebben we een beetje uitgeslapen. We gaan onze administratie bijwerken: de diverse clinics omzetten in statistieken. En natuurlijk ons klaarmaken voor 4 dagen de toerist uithangen. De komende dagen zullen jullie niet zo veel van ons horen. We lopen dan ergens incognito rond in onze korte broek en mouwloze shirtjes bij minstens 30 graden buitentemperatuur.

donderdag 25 februari 2010

overal en nergens

We reizen wat af de laatste dagen. We hebben de laatste 4 dagen meer tijd besteed aan reizen en wachten dan aan het onderzoeken van kinderen. Eigenlijk wel jammer, maar het is even niet anders.

We reizen nu in de omgeving van Badulla, aan de oostkant van het heuvelgebied van Sri Lanka. Ook hier wonen vooral Tamils die op de theeplantages werken, en die arm zijn. Vandaag hebben we 90 kinderen gezien. Veel kinderen zijn te klein en te mager. Verder zien we veel gebitsproblemen. Kinderen die slecht eten krijgen wel zoetigheid aangeboden. Wat hier vooral nodig is, is educatie.

Een ander probleem is dat ons draadloos modem niet werkt, en dat we dus ook niet te pas en te onpas op internet kunnen. We zitten nu te zweten in een piepklein internetcafeetje. Deze week zitten we elke keer maar 1 tot 2 nachten op dezelfde slaapplek. En dan is het per dag nog minimaal 20km reizen enkele reis naar onze onderzoeksplek. Dat betekent minimaal een uur (soms wel twee uur). Kortom, we hebben niet veel gelegenheid om weblogjes te schrijven.

Dus als jullie even minder van ons horen: het gaat goed met ons. We worden hooguit een beetje door elkaar gehusseld. Vanaf dinsdag zouden we weer wat internetmogelijkheden moeten hebben. We gaan dan terug naar Colombo om ons visum te verlengen. En we plakken er een paar daagjes vrij aan vast met een Amerikaans echtpaar dat we in Bangladesh hebben ontmoet. Zij werken voor onze kerk en wonen al twee jaar in Sri Lanka. Ze gaan in maart het land uit (verhuizen naar Hongarije). Ze zijn echter nog nooit als toerist door het land gegaan. Dus dat is wel leuk om het samen te doen.

zondag 21 februari 2010

weer een cadeautje van boven

Als je predikant bent, moet je deze blog misschien maar overslaan. Of je moet je eerst heilig voornemen om niet jaloers te worden…

Toen we in het begin van ons verblijf in Sri Lanka ons schema bespraken, vroeg David (de NCM-coordinator alhier) of ik (Han) wel eens preekte. Tja, ik heb wel eens gepreekt, een stuk of 4 keer in 25 jaar tijd. Niet echt veel dus. Maar David vond dat genoeg om dan maar ook te preken, als ik hier in de kerk was. Dus hij zou er voor zorgen dat ik de eerste drie zondagen zou preken. En hij had er vast voor gezorgd dat ik de andere zondagen ook zou preken, als er niet wat vraagtekens in het schema hadden gezeten. Het voordeel van in een vreemd land zijn en rondtrekken, is dat je dan steeds in een andere kerk komt. Met 1 preek zou ik al die preekbeurten kunnen invullen. En toevallig was mijn laatste preek een paar maanden geleden in Nederland. Dus ik dacht dat ik die preek een beetje aan zou passen en gebruiken voor mijn preekbeurten. In ieder geval maakte ik me er geen zorgen om. Maar ik had niet verwacht dat het zo gemakkelijk zou gaan als in Patana.

Mijn boodschap voor de kerkelijke gemeente in Patana was een echte preek. Een preek is voor mij een boodschap van God voor mensen. In de loop van de jaren heb ik een hoop geleerd over God, en daar wil ik best wat over vertellen. Dat zou ik het delen van ervaringen kunnen noemen, of onderwijs geven, maar geen preken. Bij een preek moet ik het gevoel krijgen dat God mij een boodschap geeft, die ik door moet geven aan een/de gemeente. Af en toe gebeurt dat. En meestal negeer ik dat gevoel. Niemand (behalve Corry) weet dat ik dat gevoel heb. En niemand vraagt me om te preken (zeker Corry niet). Ik heb het druk genoeg met andere dingen. Dus het is makkelijk om dat gevoel te negeren. Dat gevoel kan (soms jaren) wat sluimeren. Dan weet ik dat ik er wat mee moet. En in die gevallen gaat het gevoel pas weg als ik er echt een preek van maak, en ook een keer heb uitgesproken.

Ik lag afgelopen week lekker een middagdutje te doen, terwijl Corry op de computer aan het typen was. Tijdens dat middagdutje kreeg ik in een droom de preek die ik uit moest spreken. Het ging over cultuurverschillen in de Tamil en Nederlandse cultuur. Over dat je als Nederlander wel je best kon doen om op een Tamil te lijken, maar toch door de mand zou vallen. Dat je om een echte Tamil te zijn, opnieuw geboren zou moeten worden en opnieuw opgevoed in de Tamil cultuur. Zodat je niet vanuit je geleerde lessen, maar vanuit jezelf Tamil gewoontes en gedrag zou vertonen. En dat datzelfde ook geldt voor christen zijn. In die droom werd me ook duidelijk welk Bijbelgedeelte ik zou moeten gebruiken, Romeinen 5-8, eigenlijk een te lang stuk voor een preek. Maar ja, als God spreekt, wie ben ik dan om Hem tegen te spreken?

Ik had dus een (bijna) kant en klare preek, zomaar gekregen. Een preek die paste in de setting waarin we zaten. Hij was alleen te lang. Als ik mijn best zou doen zou ik de preek wel in 20 minuten kunnen doen. Maar met vertaling zou hij 2x zo lang duren. Maar ook daarvoor kwam een oplossing zonder dat ik daarnaar hoefde te zoeken. Pastor Kobu, de predikant van de gemeente in Patana, was ook op de training van afgelopen week, en vroeg of we even konden afstemmen over de dienst van zondag. Hij vroeg hoe lang ik zou preken. Dus ik vroeg wat ze gewend waren. Nou, we beginnen met "worship" (zingen en bidden) gedurende 1 uur en 10 minuten (!). En daarna bent u aan de beurt voor de preek. Meestal duurt de preek 20-30 minuten. Goed, zei ik, ik zorg er voor dat ik maximaal 30 minuten spreek, inclusief vertaling. Nee, nee, was het antwoord, u kunt 30 minuten spreken exclusief vertaling; en vervolgens draaide hij zich naar Corry met de vraag of zij ook nog wat in de dienst zou vertellen. We hoorden vervolgens dat de dienst normaliter 2 uur duurde. En als het een bijzondere dienst was, en onze komst maakte het duidelijk tot een bijzondere dienst, mocht het gerust nog een half uurtje uitlopen. Aan ons de taak om minimaal een uur vol te maken, en dat mocht uitlopen tot anderhalf uur. Dus in plaats van tijd tekort, had ik tijd over! Ik was blij dat ik Corry had om me te helpen.

Intussen is het hier zondagmiddag en zitten we op ons balkon van de warmte te genieten. Wij hebben het tweede gedeelte van de dienst op ons genomen. Ik heb gepreekt, en we hebben een lied met de kinderen gezongen (ja, die waren ook -zonder klagen- ruim 2 uur in de dienst, en hadden daarna nog zondagsschool), en verteld over ons leven hier, in Nederland en met God. We hebben een goede dienst gehad, en de ochtend ervaren als een cadeautje van God. En nu genieten we na op ons balkon. Bijzonder hoe we af en toe verwend worden van boven af.

woensdag 17 februari 2010

Tamils en Singalezen


Deze week doen we mee met een training over psychotrauma. Alle medewerkers van Nazarene Compassionate Ministries (NCM) volgen die training. Dus wij zouden toch niet veel anders kunnen doen, maar het is ook heel interessant. Jim Wilder is een Amerikaanse psycholoog en predikant die zich al 30 jaar toelegt op behandeling van psychotrauma. Samen met zijn team ontwikkelt hij behandelwijzen die kunnen worden uitgevoerd in groepen en door (relatieve) leken. Helaas zijn dat soort behandelwijzen nodig in landen die jarenlang zijn verscheurd door oorlog of geteisterd door rampen. Dit geldt ook voor Sri Lanka die 25 jaar geleden heeft onder de burgeroorlog tussen Tamils en Singalezen, en een paar jaar terug onder de kersttsunami. De organisatie werkt internationaal en de kunst is om de behandelwijze aan te passen aan de cultuur van het land.

In het verre verleden waren India en Sri Lanka gescheiden door een ondiepe strook water, die makkelijk kon worden overgestoken. Er was dus veel verkeer van personen. De Tamils kwamen vanuit India in het noordoosten van Sri Lanka. De Singalezen bewoonden het centrum en zuidwestelijk deel van Sri Lanka. Ze waren gescheiden door een brede junglestrook en feitelijk aparte koninkrijken. Dat veranderde tijdens de koloniale overheersing door de Portugezen, daarna de Nederlanders en tenslotte de Engelsen, die van Sri Lanka een land maakten. Tamils en Singalezen verhuisden naar andere gebieden, en er ontstond een mix. Aan het eind van de negentiende eeuw werden veel Tamils naar het heuvelland in het midden van Sri Lanka gehaald, om te werken op de theeplantages. Dit waren vooral de lager geschoolde Tamils, van de lagere kasten.

Tijdens de Engelse overheersing vonden de Englesen dat de Tamils makkelijker Engels en andere vaardigheden leerden. Dit zorgde er voor dat de Tamils oververtegenwoordigd waren in overheidsfuncties. De Singalezen voelden zich hierdoor achtergesteld. Na de onafhankelijkheid kwam de Singaleze meerderheid aan de macht, die in het begin wetten uitvaardigde die de Tamils onderdrukten: Singalees werd de hoofdtaal, en het Boeddhisme de hoofdreligie (de meeste Tamils zijn Hindoe). Deze wetten zijn weer teruggedraaid, maar intussen was de kiem voor wederzijds wantrouwen gelegd. De politie en het leger zijn Singalees, en de meeste overheidsfuncties zijn in Singaleze handen. In een land met vriendjespolitiek en corruptie maakt dit de Tamils tot tweederangsburgers.

In het noordoosten leven de beter geschoolde en rijkere Tamils, die gingen streven naar een onafhankelijk Tamilrijk. Hieruit ontstond een gewapende opstand, geleid door de LTTE, de Tamil Tijgers. De strijd tussen de Tamils en het Sri Lankaanse leger heeft 25 jaar geduurd en is vorig jaar geeindigd met een slachting van 40.000 Tamils bestaande uit burgers, kinderen en Tamilstrijders die zich al hadden overgegeven. Het hele land was blij met het einde van de oorlog en president Rajapaksa rekende daarom op een makkelijke herverkiezing en schreef vervroegde verkiezingen uit. Echter de generaal die de strijd had geleid (en die ook de slachting van 40.000 Tamils had toegegeven), Fonseka, besloot zich ook kandidaat te stellen. Rajapaksa heeft enkele weken terug de verkiezingen gewonnen en vervolgens (zijn vroegere kameraad) Fonseka beschuldigd van een poging om het leger tegen hem op te zetten, en Fonseka en belangrijke partijgenoten laten arresteren. Dat is de basis van de huidige onrust.

NCM werkt voor de armsten van de armsten. Op Sri Lanka zijn dat met name de plantage-Tamils. Wij zitten nu dus tussen en werken met de Tamils in het heuvelland. Hoewel dit wel Tamils zijn, hebben deze Tamils zich nauwelijks bemoeid met de gewapende strijd tussen Tamils en het leger. Deze Tamils hebben het te druk met werken en overleven. Een gemiddeld dagloon is 2 euro per dag. En dat krijg je alleen als je 20kg thee geplukt hebt. Als je een dagje ziek bent, of om andere reden niet werkt, krijg je geen loon. Wel zijn deze Tamils verwant aan de noordelijke Tamils. Tamils gevlucht uit het noorden, komen naar deze regio. En Tamils uit deze regio proberen de Tamils in het noorden ook te helpen. Er is dus wel een verbinding. Vlak na het verslaan van de Tamil Tijgers zijn 100.000 Tamils opgesloten in kampen. De mensen werden daar vastgehouden met als excuus dat er strijders tussen zouden kunnen zitten. Maar er kwam geen eten of drinken de kampen binnen. Buitenlandse organisaties werden geweerd, na de eerste berichten over de slechte behandeling van Tamils in die kampen. NCM heeft toegang gekregen tot een van de kampen en een half jaar lang 20.000 mensen te eten en te drinken gegeven.

De training voor psychotrauma is gestart met veel aandacht voor positieve momenten die je hebt meegemaakt, en nog steeds meemaakt. Met als doel om vanuit dat veilige gevoel je pijn te onderzoeken, in plaats van vanuit je pijn proberen omhoog te klimmen. Als je er over nadenkt eigenlijk wel een logische manier om met pijn om te gaan. Dat levert in ieder geval mooie verhalen op. Het meeste verstaan we niet. Maar de vreugde die ze met elkaar delen, maakt ons ook blij.

zaterdag 13 februari 2010

ruim 500 kinderen in 4 dagen

De afgelopen twee dagen hebben we kinderen nagekeken op de theeplantages. Elke theeplantage hier heeft een dokter in dienst, die voor de werkers en de gezinnen moet zorgen. Zo'n 2000 mensen. 24 uur per dag. Daarvoor in ruil krijgt de dokter dan wel een mooi huis op de plantage, een auto, ws een leuk salaris, en ongetwijfeld gratis thee. Onder begeleiding en met hulp van de plantage dokter zagen we 's morgens de kinderen tot vijf jaar. Die gaan nog niet naar school en worden opgevangen in creches op de plantage (zodat de ouders kunnen werken). In de middag gingen we naar een school en keken daar de kinderen na, onder begeleiding van zowel de plantage dokter als de district medical officer (DMO). Onze DMO had zoals beloofd (zie vorige blog) de opkomst geregeld: eergister 220, en gister 170 kinderen. Inderdaad wel wat meer dan de eerste dag.
Het was flink doorwerken, maar het meeste energie kostte dat de dokters zich ook met de organisatie bemoeiden. De eerste dokter stond er op dat wij iedereen medicijnen voorschreven, en de tweede dokter wilde uitgebreid thee met ons drinken tussendoor en foto's maken. Wij, samen met de staf van de NCM, moesten daar op aanpassen en we konden niet zo makkelijk nog sturen. Maar goed, we hebben wel ons werk kunnen doen. En over de opkomst mogen we niet ontevreden zijn. De DMO beloofde ons nog een keer uit te nodigen voor een etentje bij hem thuis, dus hij zal ook wel tevreden zijn.

Vandaag hebben we weer een "ouderwetse" check-up gedaan, met alleen onze eigen staf. Een van de stafleden is predikant in een dorpje verderop, waar ook een CDC is. Dus hebben we daar een extra dag gepland (eigenlijk was vandaag een vrije dag.) De kinderen van dat CDC 10 km verder op, (net buiten het gebied van de district medical officer,) waren naar het plaatselijke kerkgebouw gekomen, om te worden nagekeken. Dus geen DMO, geen extra dokter, alleen onze eigen staf.
Bij onze aankomst zaten 120 kinderen in de kerkzaal te wachten en ons bij onze binnenkomst met hun bruine ogen verwachtingsvol aan te kijken. De staf had het allemaal al voorbereid en een mooie onderzoeksruimte gecreeerd. Het liep als een trein. In 3.5 uur hebben we alle kinderen gezien en zijn we voldaan in de tuk-tuk (een soort driewieler brommer met blik er om heen) al heen en weer schuddend voor de lunch naar huis getuft: 50 minuten door prachtig heuvelachtig landschap bij zo'n 22 graden, is niet echt een straf. Zoals vandaag hadden we ons ons werk hier voorgesteld.

In de middag hebben we wel even een tuk-tukkie gedaan. We merken dat we minder energie hebben. Dit heeft ws ook te maken met de hoogte (1200 meter). En we moeten natuurlijk ook wennen aan het nieuwe klimaat, de nieuwe mensen en het andere eten. Het is een groot verschil met Bangladesh.

woensdag 10 februari 2010

kennismaking met diverse autoriteiten

We horen dat er in het Nederlands nieuws melding wordt gemaakt van onrust op Sri Lanka rond de recent herverkozen president, en zijn ex-opponent die nu gearresteerd is omdat hij het leger tegen de president aan het opzetten zou zijn. Wij merken daar niet zo veel van. Alleen staat het hier ook in de krant en wordt er over gepraat. In Colombo zelf zal het wellicht onrustig zijn, hier in Hatton kan je net doen of de rest van de wereld niet bestaat. Hoewel…

De overheid van Sri Lanka heeft wat controledrang. Onderweg van Colombo naar Hatton zijn we erg veel politie controleposten tegen gekomen. Langs een provinciale weg zonder zijwegen staat dan ineens een kleine politiepost, en de weg is om en om half afgezet met hekken, zodat je daar slingerend doorheen moet rijden. Tussen die hekken staan agenten met geweren te kijken wie er langs rijdt. Overal konden we gewoon doorrijden, volgens onze chauffeur vooral vanwege het onmiskenbare westerse uiterlijk van Corry. Hij vreesde voor de terugreis zonder passagiers.

In de grotere plaatsen waar we doorheen reden zagen we ook regelmatig soldaten met automatische geweren rond lopen. Net als de politie staan of lopen ze er ontspannen bij. Je hebt niet het gevoel dat ze op scherp staan. Maar ze zijn wel duidelijk aanwezig.

Vanmiddag hebben we kinderen van het eerste CDC gezien. De kinderen zouden na school speciaal voor het onderzoek naar het NCM center komen. Alleen aan het begin van de middag ging het echt stortregenen. De kinderen druppelden letterlijk en figuurlijk binnen, en aan het eind hadden we er maar ruim 50 gezien van de kleine 100 die verwacht werden. Bij onze onderzoeken hebben we hoog bezoek gehad. NCM heeft de plaatselijke autoriteiten geïnformeerd over onze komst, en ze kwamen polshoogte nemen. Eerst iemand van de politie, de "sub-inspector". Blijkbaar de rechterhand van het hoofd van de politie van het district (provincie) hier. Hij kwam kijken wat we deden. Maar hij was eigenlijk te vroeg. We hebben vriendelijk uitgelegd wat we deden, en hij heeft het onderzoek van 1 kind bijgewoond dat ook te vroeg was. Na een tijdje wachten op het volgende kind vond hij het wel welletjes, en vertrok. Wat hem betrof mochten we onze gang gaan.

Later kwam de "district medical officer" langs. In tegenstelling tot wat onze contactpersoon in Sri Lanka, David, me gezegd had, kwam hij niet om van ons te leren. Hij kwam ons controleren. Hij is hoofd van de basisgezondheidszorg in het district. Met een uitgebreide staf van dokters, vroedvrouwen en ondersteunend personeel zorgt hij namens de overheid voor de bezetting van lokale en regionale "hospitals". (Wat die hospitals voorstellen weten we nog niet, we zijn er een paar voorbij gereden, en ze zijn in ieder geval niet groter dan 1 of 2 klaslokalen.) Bovendien was er in zijn district net een start gemaakt met de behandeling van ernstig ondervoede kinderen onder de 5 jaar. Hij moet die kinderen opsporen en behandelen. Hij vertelde dat hij de kwaliteit van gezondheidszorg in Sri Lanka moet bewaken. Hij komt dus controleren of het werk wat wij doen, van voldoende kwaliteit is. En eigenlijk vond ik dat ook wel terecht. Verder vindt hij het maar niks als hulporganisaties binnen komen, eventjes een medical clinic houden, en dan weer vertrekken, zonder vervolg. Dus hij was naar ons wat achterdochtig, maar wel op een vriendelijke manier. We hebben dus uitgebreid met hem gepraat, en uitgelegd wat we doen, wat we gedaan hebben in Bangladesh en de resultaten laten zien. Hij heeft een tijdje bij onze onderzoeken gezeten, en wilde zelf graag naar alle harten luisteren om hartruisjes op te sporen. Het bleef voor ons niet te peilen, wat hij nou van ons vond. Toen hij vertrok, vertelde hij dat hij ging regelen dat we de kinderen op de volgende plek tijdens schooltijd konden zien, dan zou de opkomst hoger zijn. Dat hebben wij maar als een positief signaal opgevat. Morgen is hij er wel weer bij.

Wordt vervolgd…

dinsdag 9 februari 2010

start in Hatton

Het hoofdgebouw van het Nazarene Compassionate Ministries (NCM) center staat te midden van theeplantages bovenop een heuvel net buiten de plaats Hatton. Het gebouw is zowel aan de buitenkant, als aan de binnenkant opgetrokken in verschillende nuances wit, en heeft op de begane grond grote glaspartijen als muren. Het is dan ook enorm licht. Op de eerste verdieping zijn een paar slaapzalen en een paar tweepersoonskamers met badruimte. Een van die kamers hebben wij.

We zijn vanmiddag aangekomen in Hatton na een reis van 120 kilometer, die over de slingerende wegen door de heuvels 3.5 uur heeft geduurd. Hier zullen we de komende twee weken verblijven. Samen met David, de NCM-coordinator voor Sri Lanka hebben we een voorlopig schema gemaakt. Deze week gaan we drie Child Development Centers (CDC's) bezoeken en de kinderen nakijken. Op elk CDC zitten 75-100 kinderen. Op Sri Lanka is er leerplicht en die wordt ook gehandhaafd. Tot 2 uur 's middags zitten de kinderen verplicht op school. Wij kunnen pas na die tijd met het onderzoeken van kinderen beginnen. Rond 6 uur wordt het donker, dus we moeten even kijken of we op een dag een hele CDC kunnen doen. Maar in de ochtenden hoeven we ons niet te vervelen. David heeft gevraagd of wij wat trainingen over gezondheid willen geven voor zijn staf. En of wij willen preken, als we hier toch naar de kerk gaan. Dat laatste zal nog de meeste voorbereidingstijd vragen….

Volgende week is hier toevallig een training voor de NCM staf over de begeleiding van mensen met (psycho)trauma door de oorlog. Wij gaan die ook bijwonen. Na een burgeroorlog van 25 jaar zijn hier veel mensen die op de een of andere manier te lijden hebben gehad onder de oorlog. NCM wil er ook voor die mensen zijn. Het leuke voor ons is dat dan de hele NCM staf naar dit centrum komt, en ook Hermann Gschwandtner uit Duitsland, die onze eerste contactpersoon was. Wij kunnen dus een hoop handen schudden.

Het is de bedoeling dat we in nog drie regio's CDC's gaan bezoeken. Op verschillende plaatsen wil de district medical officer kennis met ons maken. Op de een of andere manier hebben mensen in ontwikkelingslanden altijd het idee dat buitenlandse dokters meer weten dan de inlandse dokters. Dus wil zelfs de plaatselijke dokter graag van ons leren. Ik vrees echter dat het andersom zal zijn. Het plan is flexibel en afhankelijk van hoe het gaat. Onderzoeken van kinderen, gecombineerd met het volgen van een training, trainingen geven, en verschillende ontmoetingen met sleutelfiguren: het belooft een afwisselend programma te worden.

maandag 8 februari 2010

Sri Lanka


Van voorslapen is niks gekomen. We zouden 's nachts reizen, en de middag er voor voorslapen. Op onze laatste dag in Dhaka kwam er in de ochtend een groep Canadezen aan, van wie er een zich niet zo lekker voelde. Of ik even wilde kijken. Deze jongeman had erg weinig reiservaring en was zeker nooit in een ontwikkelingsland geweest. Ze waren met de groep in India geweest en vanwege buikklachten had hij wat middelen tegen misselijkheid en laxeermiddelen genomen. Dus de groepsleider dacht dat het stress en verkeerd medicijngebruik was. Maar ik dacht dat het een blindedarmontsteking kon zijn. Het was niet echt duidelijk, maar toch verdacht genoeg om aan te dringen op verwijzing naar een ziekenhuis. Daar voelden de groepsleider en de patient niets voor. Nou kan ik me daar wel wat bij voorstellen. Als je zou kunnen kiezen, zou je liever niet in Bangladesh in een ziekenhuis liggen. Bovendien werd dan het programma van de hele groep in de war gestuurd. Er werden allerlei andere mogelijke oorzaken bedacht, die inderdaad ook allemaal konden kloppen. Ik heb echter aangedrongen op een gang naar het ziekenhuis, ik zou meegaan en iemand van het hoofdkantoor, en schoorvoetend gingen ze akkoord. Om een lang verhaal kort te maken: in het ziekenhuis kwamen ze er ook niet echt goed uit ondanks bloedonderzoek, echo, röntgenfoto, urineonderzoek. Het was intussen 6 uur later. Het voordeel van dat tijdsverloop was dat het beeld steeds duidelijker werd. En toen de chirurg kwam voor een second opinion, wist hij het gelijk: blindedarmontsteking. Hij is diezelfde middag geopereerd en alles is goed gegaan. Ik ben vlak voor de operatie teruggegaan naar onze kamer, maar voor een slaapje was het te laat.

De warmte valt als een deken over je heen als je het vliegtuig uit komt. In Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka, is het 30 graden. Bovendien is het vochtig. Na 36 uur niet slapen, 21 uur reizen, drie vertraagde vluchten, en nog een extra security check in Singapore zijn we vroeg in de avond aangekomen in Colombo. En we zijn erg gaar. Gelukkig hebben we binnen 5 minuten de douane gepasseerd, 15 minuten later onze koffers, en staat buiten een grote donkere man met een bordje "Dr. Han Tan" in zijn handen. David komt ons ophalen en heeft ons hotel geregeld. Na het inchecken zegt hij ons gedag: rust eerst maar lekker uit, morgen praten we verder. Het hotel ziet er mooi uit, de kamer is ook goed en van alle gemakken voorzien. Van de omgeving hebben we in het donker nog niks gezien. Eerst maar wat slaap inhalen….

Corry's telefoon is wat van slag na binnen 1 dag drie verschillende tijden te moeten registreren. Als er wat licht door de gordijnen naar binnen komt kijkt Corry op haar telefoon voor de tijd: half zeven, nog veel te vroeg. We blijven nog een tijdje in slaap-waak-toestand en besluiten er uiteindelijk toch maar uit te gaan, uitgebreid te douchen en naar het ontbijtbuffet te gaan dat tot 10 uur duurt. Maar als we na onze wasbeurt onze horloges om doen, die we al in het vliegtuig al op Sri Lanka tijd hadden gezet, blijkt het al 10 voor 10 te zijn. We waren ook eigenlijk veel te uitgeslapen voor 7 uur! Net na 10 uur komen we aan bij de ontbijtzaal, en dan merk je wat gastvrijheid is. Ze vragen ons of wij van het buffet gebruik willen maken. Kan dat nog? Ja natuurlijk! Er wordt een tafeltje voor ons gedekt. En wij kunnen nog uitgebreid genieten van het zeer uitgebreide buffet. Ze bakken nog een eitje voor Corry en een omelet voor Han. 20 minuten later vragen ze of wij nog wat van het warme buffet willen nemen, daarna gaan ze het opruimen. Wij genieten nog heerlijk na van een zoet broodje, vers fruit en een extra kopje koffie.

Inmiddels is Corry bij de kapper geweest en zitten we onder een enorme parasol naast het zwembad buiten. Vanmiddag hebben we een afspraak met David. Hij is de coördinator van NCM in Sri Lanka. Nazarene Compassionate Ministries is de hulpverleningstak van de Kerk van de Nazarener. Dan gaan we het hebben over wat we gaan doen in Sri Lanka. Ik drink intussen mijn versgeperste ananassap nog even op.

vrijdag 5 februari 2010

evaluatie Bangladesh

Op de heenweg vanuit Dhaka zagen we heel veel droge, bruine, zanderige rijstvelden, waar alleen de verdorde stoppels nog in stonden. Hier en daar stond een piepklein rijstveldje. Vier weken later rijden we terug. Overal staan de rijstvelden nu onder water (met opgepompt grondwater). De rijstplantjes uit de piepkleine veldjes zijn geoogst en worden of zijn uitgezet in de grotere en uitgebreidere rijstvelden. Op heel veel plekken zie je het groen net of wat meer boven het water uitkomen. Nieuw leven dat groeit. Hoop!


Gisteren hebben we ons veldwerk met de staf op het hoofdkantoor geevalueerd. We hebben 1523 kinderen gezien, 4 keer een spreekuur voor volwassenen gehouden, en les gegeven aan dorpsdokters, gezondheidswerkers en onderwijzers.

De spreekuren waren niet zo’n succes. De verwachting was dat we vooral mensen zouden zien met kortdurende problemen. Veel mensen kwamen met jarenlange klachten. Waarvoor ze al verschillende therapieen hadden geprobeerd, maar ze wisten niet wat. Ze hebben het idee dat een buitenlandse dokter veel beter is, en dan wel met een oplossing zal komen, ook al is de Bengaalse dokter er al jaren mee bezig. Door de taalbarriere was het uitvragen van de klacht heel moeilijk. Anderen komen voor een soort second opinion. Ze verwachten een behandeling in de vorm van medicijnen, maar de klachten waarmee ze kwamen hadden vaak een andere oplossing nodig. Kortom: de wederzijdse verwachtingen kwamen niet overeen. Als dit nog een keer wordt gedaan, moet dat anders voorbereid worden.

Onze hoofdtaak was het nakijken van kinderen. Tijdens die onderzoeken en bij de nabesprekingen hebben we les gegeven aan diverse groepen personen die met de gezondheid van de kinderen te maken hebben. De gezondheidswerkers en dorpsdokters hebben we geleerd systematisch een kind volledig na te kijken. Aan dezelfde mensen, de onderwijzers, en verder aan iedereen die er maar omheen staat (want er waren meestal wel veel nieuwsgierigen) hebben we uitleg gegeven over hoe je met wormen wordt besmet, het belang van voldoende drinken, huidverzorging, hygiene, preventie en wat er maar ter sprake kwam.

20 % van de kinderen die we hebben gezien hadden behandeling nodig. Uit onze onderzoeken kwamen drie hoofdproblemen naar voren: worminfecties, slechte gebitten en huidinfecties. Als je hier mee aan de slag gaat, en dat hoeft helemaal niet zo duur te zijn, zou je al de helft tot drie kwart van de problemen aanpakken! Het was voor BNM heel bijzonder dat ze nu harde getallen hadden. En ze gaan er ook wat mee doen. Ze gaan kijken of ze standaard alle kinderen een paar keer per jaar een wormenkuur kunnen geven. Het verstrekken van cremes voor huidinfectie is misschien ook wel haalbaar. En de preventie van worminfecties en gebitten krijgen extra aandacht. De mensen die verantwoordelijk zijn voor de CDC’s en oa de educatieprogramma’s schrijven kregen ter plekke de opdracht om te kijken hoe ze dat aan moesten pakken. Verder worden de komende week twee stafleden gestuurd naar de plekken, waar we geweest zijn. Om te kijken of de adviezen die we hebben gegeven ook daadwerkelijk opgevolgd zijn.
In de grafiek zie je de verdeling van de problemen die we tegenkwamen. BNM was heel blij met het werk dat we hebben gedaan. Allereerst natuurlijk voor de kinderen. Maar het helpt hun ook om hun beleid te bepalen. En wij zijn heel blij, dat we niet zo maar een voorbijganger zijn, maar dat er daadwerkelijk wat wordt gedaan met onze uitkomsten.

Vandaag is onze laatste volledige dag hier. Morgenavond laat vertrekken we naar het vliegveld voor het tweede deel van ons avontuur: Sri Lanka.

dinsdag 2 februari 2010

naar de markt


Zondagmiddag kwam de voor ons bekende auto uit Dhaka. Met Boslu de chauffeur die ons de eerste 10 dagen ook rondgereden heeft. Doordat we nu weer een auto hebben konden we met Susanto mee naar de markt om fruit te kopen en uiteraard ook om wat rond te lopen. De markt bestaat uit kraampjes, winkeltjes, maar ook gewoon kleedjes op de grond waar de koopwaar op wordt uitgestald.
 Of er ligt niet eens een kleedje, zoals bij de kapper. Want je kunt ook je haren laten knippen op de markt.

De eigenlijke reden van Susanto om ons mee te nemen was om fruit en vis uit te zoeken, zodat hij dingen zou kopen die wij lekker zouden vinden. Van fruit hebben we nog wel verstand. Maar van vis niet. Dus we hebben maar bedankt voor de vis. De vis wordt hier ongekoeld en vers verkocht. Zo vers dat je sommige vissen nog ziet spartelen. Melk wordt hier gewoon uit een kan verkocht, en in het kannetje wat je zelf meeneemt gegoten. Honing ook. En benzine trouwens ook, dat staat hier een forse ton gewoon onder de toonbank met een kannetje er in.
De markt hier is niet zo kleurrijk, maar voor ons westerlingen toch fotogeniek genoeg om een paar mooie plaatjes te schieten.

 

maandag 1 februari 2010

hoop voor de toekomst


Morgen de laatste volledige dag in Ghoraghat en dus ook de laatste keer dat we een CDC bezoeken. De afgelopen dagen hebben we weer veel mooie kinderen gezien. Die van vandaag waren erg stoffig. We hebben een afgelegen plek bezocht (40 minuten rijden met de auto, en vervolgens nog 10 minuten lopen) waar volgende maand een CDC gaat starten. Weer een plek voor de armsten van de armsten. De school, tevens kerkgebouw, staat er al. Er is ook een WC en een waterpomp. Hier heeft 3 jaar een CDC gedraaid, maar als project. Toen het geld op was, moest het stoppen. Ze gaan dit CDC nu met sponsorgeld opnieuw opzetten. Toen we aankwamen waren er maar 20 kinderen: ze waren niet op komen dagen. Aanvankelijk waren de mensen waar we hier mee werken, wat teleurgesteld. Wij echter niet, want de ervaring had ons inmiddels geleerd dat, als we er zijn, de kinderen alsnog komen. Al was het alleen maar om ons te zien. En het klopte helemaal, want uiteindelijk hebben we 63 kinderen gezien. De jongste was 3,5 en de oudste 13. We zien dus alle soorten en maten. De meeste kinderen heel vrolijk en gezellig en ook kinderen die bang zijn en heel blij zijn als je "tjes djou" ( klaar, je kunt gaan) zegt.

Het is hard nodig dat dit CDC weer begint. We vonden hier weer veel kinderen met wormen, met klachten daarvan. De kinderen in deze regio krijgen standaard 4x per jaar een ontwormingstablet. Op de scholen waar dat gebeurt zien we aanzienlijk minder kinderen met wormen. De werkers hier (een verpleegkundige en de leraressen) zijn erg gemotiveerd om wat te leren. Ze vragen ook of we hun meer kunnen leren, kunnen adviseren. Door de korte tijd dat we hier zijn, moeten we ons natuurlijk op een paar onderwerpen focussen. De wormen is 1 van de onderwerpen waar we het altijd over hebben, daar wordt op de CDC's al veel aandacht aan besteed. Hygiene en toiletgebruik is het onderwerp van de eerste ouderbijeenkomst (die maandelijks plaats vindt). Herhaling van de boodschap is heel belangrijk. De kinderen hier drinken ook heel weinig. Pompwater is gratis, maar veel kinderen drinken maar 1 glas per dag; de voeding hier is niet zo vezelrijk, dus we zien ook veel verstopte darmen. Een ander veel voorkomend probleem is huidinfecties. Dus we vertellen ook veel over huidverzorging: schoon houden en een droge huid invetten met olie. Met een paar eenvoudige weetjes, zou het aantal problemen dat we vinden zo kunnen halveren. Helaas is het gebrek aan kennis bij ouders en kinderen dan ook het belangrijkste probleem.

Heel leuk is dat we ons advies om de kinderen meer te laten drinken gelijk de volgende dag bij de lunch van de kinderen hoorden terugkomen. We begrijpen intussen een beetje Bengaals en we hoorden dat de lerares aan de kinderen zei dat ze meer water moesten drinken. We hebben haar daar later op de nabespreking voor gecomplimenteerd. Dat was gisteren, en vandaag liep ze nog te stralen! Daar zijn we hier ook voor, om de mensen te bemoedigen.

Het is niet eerlijk verdeeld op de wereld. De rijkdom niet, het voedsel niet, en ook de kennis niet. Onze rijkdom en voedsel en kennis delen met mensen die het niet hebben, is niet alleen liefdadigheid. Het is ook gewoon eerlijk. Deze kinderen hebben gewoon recht op een hoopvollere toekomst.

vrijdag 29 januari 2010

Ghoraghat


Langzaam maar zeker worden onze vervoermiddelen geleidelijk aan steeds eenvoudiger. Op onze eerste plek hadden we een auto, op de tweede werden we achterop de motor vervoerd. Nou reizen we per "van". Een van is een driewieler fiets met een laadbak. We hebben ze hier al veel gezien. Meestal zagen we vooral vracht vervoerd worden. En regelmatig ook mensen die op de platte bak zaten. Maar hier zie je bankjes op de vans. En ze zijn dus erg geschikt voor vervoer van mensen over korte afstanden. Eerlijk gezegd is het heerlijk om zonder motorgeluid rustig voort te hobbelen op de zanderige wegen. Dat geeft echt een erg vredig gevoel. Dan moet je wel even je schuldgevoel over de magere, hard trappende chauffeur uitschakelen.

Op onze eerste reisdag hier in Bangladesh hadden we een paar honderd schoolrugzakjes bij ons. Halverwege stopten we bij een school om 150 rugzakken af te geven. We kregen toen ook wat thee aangeboden. Toen we naar het toilet vroegen, mochten we het toilet van de guestroom wel even gebruiken. De guestroom was koud en donker. We keken elkaar toen aan en hoopten dat onze slaapplek er wat beter en luxer aan toe zou zijn. In diezelfde guestroom blijken we nu dus in Ghoraghat te slapen. En we merken: we hebben ons aardig aangepast. Wat ons op de eerste dag nog vreselijk leek, vinden we nu heel normaal. De kamer is nog steeds donker, maar nu doet de electriciteit het (meestal), zodat we het licht kunnen maken. En het koude weer heeft plaats gemaakt voor een zonnetje, dus de kamer is ook warmer en niet vochtig.

In Ghoraghat zit het kantoor van BNM aan een (voor NL begrippen) klein straatje zo'n 200 meter van de hoofdweg. We horen hier dus wel het geraas en getoeter van bussen en vrachtwagens. Op het terrein zelf zitten naast een kantoorgebouw (waarin ook onze kamer) ook twee scholen. Vandaag is het vrijdag, de vrije dag hier, dus het is erg rustig. Maar gisteren was het hier een gekrioel van mensen en kinderen. En vanaf morgen ook verwachten we. BNM deelt dit terrein met Compassio Mundi. Een christelijke organisatie die net als BNM sponsors zoekt voor kinderen, waardoor deze kinderen voeding en scholing kunnen krijgen. CM werkt met diverse kerken samen. Hier (en ook in NL) dus met de Kerk van de Nazarener.

We hebben vanochtend onze eerste school bezocht en de kinderen nagekeken. We hebben weer een heel nieuw (plaatselijk) team. Dus het is weer even wennen. Blijkbaar hebben ze de opdracht gekregen om goed voor ons te zorgen. Susanto, een jongeman, is aangesteld om voor ons te zorgen en wijkt bijna niet van onze zijde. Minimaal 2x per uur wordt ons gevraagd of er een probleem is, of we wat willen eten, of drinken, en zo ja wat. Heel lief bedoeld, maar een beetje vermoeiend. Vooral als hij naast de tafel blijft staan, terwijl wij aan het eten zijn, en voor ons wil opscheppen. Of koffie voor ons wil zetten, maar de verkeerde verhoudingen koffie en water kiest. Helaas is ons Bengaals en zijn Engels niet goed genoeg om hem beleefd te vertellen, dat hij niet de hele tijd bij ons hoeft te blijven. Dus af en toe zeggen we nadrukkelijk "thank you" en negeren hem een tijdje. Dan druipt hij af, om om de 5 minuten om het hoekje te kijken of alles wel goed gaat. Een andere truc die we ontdekt hebben is dat we gewoon aan een tafel (buiten, want het weer is heerlijk op het ogenblik) gaan zitten met de laptop, en zeggen dat we wat willen werken. Dan gaan ieder aan zijn eigen werk, hangen ze wel af en toe om ons heen, maar kunnen wij gewoon ons gang gaan. Ach, we zijn hier nog geen 24 uur, we zullen nog wel aan elkaar wennen.

De kinderen zijn natuurlijk weer hartstikke leuk. Bij onze aankomst kregen we allebei een boeketje en een lied aangeboden. Het schoolgebouw had lemen muurtjes, aan een zijde tot heuphoogte, dus we hadden gelijk heel veel bekijks en mensen die over de muurtjes hingen. Dus we zijn begonnen met de mensen op een paar meter afstand neer te zetten en wat doeken op te hangen, zodat de kinderen nog iets uit het zicht stonden tijdens het nakijken, en wij ook niet voortdurend mensen in ons nek hoorden hijgen en praten. Ondanks de overdracht die geweest was, wist de plaatselijke staf niet zo goed wat ze te doen hadden. En na de uitleg hadden ze hun handen vol aan de administratieve handelingen (waarschijnlijk omdat dat in het Engels moest: voor hen een heel moeilijk taal, en bovendien een ander schrift dan het Bengaals). Dat betekende dus dat wij bijna alles zelf met de kinderen moesten doen en communiceren. En dat was ook heerlijk voor een keertje. Lekker rustig, gewoon werken, 1 op 1 contact, niemand aan wie je wat hoefde uit te leggen, en de opdrachtjes die we voor de kinderen hadden konden we inmiddels zelf in het Bengaals vragen.

We hebben dus heerlijk gewerkt, er wordt goed voor ons gezorgd, het zonnetje schijnt, en we kunnen draadloos communiceren met Nederland. Wat wil je nog meer?

woensdag 27 januari 2010

afsluiting Nilphamary




Vandaag was de laatste (volledige) dag in de regio Nilphamary. We hebben hier ook vier keer een spreekuur voor dorpsbewoners gehouden. Dat ging redelijk toen we een staflid uit Dhaka over hadden. Maar toen die terug ging, en we het moesten redden met iemand van de plaatselijke staf, die gebrekkig Engels sprak, was het eigenlijk niet goed te doen. De jongste patient die we gezien hebben was 11 dagen oud. Het babytje was net uit het ziekenhuis ontslagen. Het dronk niet goed en was na een dag al opgenomen. Nu dronk het jongetje wel goed, met een fles. Of ik naar de mond wilde kijken. In de mond zag ik een volledig open gehemelte. Geen wonder dat het kind niet goed kon drinken. Na het nodige moeizame vertaalwerk bleek dat de baby wel een extra lange speen had meegekregen uit het ziekenhuis (daarmee kan een kind met een open gehemelte wel drinken), maar dat ze helemaal niet wisten dat het daarvoor was. De baby was wel goed behandeld, maar de ouders wisten niet hoe het zat. Dat zijn we vaak tegengekomen: mensen krijgen wel een behandeling, maar weten helemaal niet wat de diagnose is, wat dat betekent, wat de medicijnen doen die ze krijgen. Zo ook met dit babytje. Triest eigenlijk. Ik heb een beetje uit kunnen leggen, beperkt door mijn weinig Engels sprekende vertaler, en mijn eigen nog beroerder Bengaals. Ik hoop dat dit kindje het redt.

In totaal hebben we in deze regio 431 kinderen (en 55 volwassenen) gezien. Het percentage medicatieadviezen was hier nog hoger dan in de regio Birgonj, zo'n 25%. De helft hiervan waren kinderen met wormen. Verder zijn huidinfecties een groot probleem. We zagen ook ontzettend veel slechte gebitten. Wat hier wel meespeelt is dat een paar CDC's net begonnen zijn, en een paar net een nieuwe lichting kinderen hebben. De kinderen hebben dan nog niet kunnen profiteren van het voordeel van in ieder geval 1 voedzame maaltijd per dag en (gezondheids)educatie. Als we alleen maar het wormenprobleem zouden kunnen terugdringen, zouden al een heleboel kinderen erg geholpen zijn. (De wormen verbruiken een deel van het voedsel dat de kinderen eten. De tekorten van de kinderen worden daarmee nog groter.)

Het lokale kantoor (zo zullen we het maar noemen) heeft allerlei werkers in dienst. Allereerst een heleboel "animators" (door ons gekscherend het animatieteam genoemd). De animators begeleiden de self-help-groups en de CLA's (waarover we eerder schreven). Verder zijn hier ook health workers. We hebben begrepen dat ze de dorpen bezoeken, gezondheidsvoorlichting geven, kinderen en mensen uitzoeken die voor het spreekuur uitgenodigd moeten worden. Hier op de compound wordt 2x per maand een spreekuur gehouden door een arts uit Nilphamary, die voor dit spreekuur grotendeels door BNM wordt betaald. Er is ook een "nurse" die wat hoger opgeleid is, en die de spreekuren begeleidt en ook zelf een spreekuurtje doet voor eenvoudige aandoeningen. Verder zijn hier nog twee coordinatoren (die leiding geven aan de eerder genoemden, de mannelijke is onze plaatselijke vertaler), een boekhouder, en de projectmanager (die leiding geeft aan iedereen).

Bij het onderzoeken van de kinderen hier kregen we een heleboel personeel mee: de drie health workers en de nurse moeten ons met de kinderen helpen; een van de coordinatoren spreekt beperkt Engels en vertaalt ons als wij dat nodig hebben; de accountant spreekt nog beperkter Engels en maakt briefjes met naam, leeftijd en evt. problemen van de kinderen (anders kunnen wij het niet lezen, het Bengaals heeft namelijk een ander schrift); en meestal is de tweede coordinator ook in de buurt en is de project manager bij de afronding aanwezig, omdat hij nog weer iets beter Engels spreekt en wij dan de boel samenvatten. Eigenlijk is het veel te veel personeel. Maar het leuke is wel dat de health workers en de nurse nu aardig zicht hebben op hoe ze en kind moeten nakijken en dat ze de veel voorkomende problemen kunnen herkennen en behandelen.

Vandaag had de staf hier een uitje voor ons georganiseerd naar een "historical site". Het was neergezet door een of andere lokale vorst en heette vertaald "blauwe zee". Nou hebben we al twee "historical sites" in de Brigonj regio bezocht, en we waren nog niet erg onder de indruk. Bangladesh onderhoudt zijn monumenten in deze afgelegen gebieden niet zo best. Dus toen we ons uitje aangekondigd kregen, waren onze verwachtingen niet zo hoog gespannen. Bovendien zagen we op tegen een urenlange rit achterop de motor over stoffige wegen. Maar ja, de beleefdheid vereiste dat we dit aanbod aan zouden nemen. Toch maar voorzichtig gepolst hoe laat we weg gingen, hoe ver het was in kilometers, en hoe lang rijden. Ze dachten 20-25 kilometer, en drie kwartier rijden. Met de auto! Met de auto? Ja, met de auto, ze hadden een auto gehuurd. En de health workers en de nurse en de coordinator en de boekhouder gingen ook mee. Groot was onze verbazing ook toen twee van de dames netjes gekleed en opgemaakt op het terrein verschenen, alsof we naar een feestje gingen. Wij liepen in dezelfde stoffige kledij als altijd. Toen de auto het terrein op reed kirden de vrouwelijke health workers van opwinding. We hadden de indruk dat ze nog nooit in een auto hadden gezeten. Als een stelletje bakvissen zaten ze achterin het minibusje te zingen en te klappen, terwijl wij voorthobbelden over de zanderige wegen (en zelfs nog een keer vast kwamen te zitten). De "blauwe zee" bleek een ommuurd terrein met in het midden een groene plas te zijn van zo'n 2.5 km omtrek, waar je om heen kon lopen. Dat hebben we gedaan, en dat was ook het uitje. Van wat die lokale vorst aan gebouwen had neergezet (als hij wat had neergezet) was niks meer over. En we hebben de boekhouder een verhaal laten verzinnen, om een historisch tintje aan de omgeving te geven. (Het echte verhaal van dit terrein kon niemand ons vertellen.) Een mooie, vredige plek. Waarschijnlijk een heel romantische plek bij zonsondergang, of mooi om een paar uur langs de waterkant te zitten lezen. Voor de opgemaakte dames een mooie plek voor fotoshoots met de telefooncamera's van de heren.

Morgen staat er weer een auto voor ons klaar (als het goed is). Dan gaan we richting Ghoraghat. Ons volgende blog komt daar vandaan (als alle verbindingen werken).

zondag 24 januari 2010

foto's uit Laxmichap


De omgeving waar we nu verblijven heet Laxmichap. Het is een droog gebied. Er loopt wel een rivier doorheen. In de rivier worden stukjes afgedamd, om daarin rijst te verbouwen. Uit de rivier wordt water gepompt of geschept om de hoger gelegen gebieden te bewateren. Er wordt in deze omgeving vooral tabak verbouwd.

De weg waaraan onze compound ligt is droog en zanderig. Elke dag rijden we hier op de motor overheen. Na terugkomst zitten we onder een laagje fijn zand.
De compound wordt gemarkeerd met een duidelijk bord. Op de achtergrond zie je het kantoorgebouw, met daarin onze gastenkamer.



Het binnenplein van de compound is een multifunctioneel grasveld. Het wordt gebruikt als badmintonveld, parkeerplaats voor motoren en fietsen, gymzaal voor de schoolkinderen, vergaderruimte, en af en toe door ons om in de zon te zitten. Corry staat hier voor onze kamerdeur.



Ook hier onderzoeken we met name de schoolkinderen. Han ziet een kind dat erg veel last heeft van wormen in haar buik.


We zien op veel plekken ook kleinere kinderen met klachten. Corry onderzoekt hier een babytje.

De basis van het community development program zijn de self-help-groups. We bezoeken hier een vergadering van een self-help-group.

huis-tuin-keuken-nieuws



Inmiddels zijn we een week in Laxmichap, een klein dorp op zo'n 25km afstand van de dichtstbijzijnde grote stad Nilphamary. Er heeft hier nog nooit eerder iemand gelogeerd dus wij bijten de spits af. De mensen hier zijn allervriendelijkst maar begrijpen weinig Engels. We hebben een paar dagen een vertaler uit Dakha gehad maar de meeste tijd moeten we ons met heel basaal engels redden. Toen Milton hier was vroeg hij hoe het eten smaakte. Wij hebben gezegd dat het prima was, niet te 'spicy'. Inmiddels weten we dat de mensen hier nu denken dat we zo tevreden zijn over het eten dat ze elke dag hetzelfde maken. Het lijkt wel alsof ze zo blij zijn dat ze de formule gevonden hebben waardoor de creativiteit acuut gestopt is. We ontbijten zolang als we in Bangladesh zijn, en dat is vandaag 3 weken, met Chappatti (dun deeglapje) en zeer fijn gekookte groente en tevens elke dag een gebakken eitje. Als lunch krijgen we rijst met Dahl (mengsel van linzen, uien en knoflook), groente en gemarineerde kippebotjes waar weinig vlees aan zit. 's Avonds krijgen we exact hetzelfde. De groentes zijn altijd een mix van het een en ander (wel elke dag hetzelfde) en zo lang gekookt dat het een gekleurde brij is waar alle knapperigheid uit verdwenen is. Best goed te eten maar nu, na een week hetzelfde gegeten te hebben, zou iets anders op het menu ook wel lekker zijn. Als fruit krijgen we appels of een soort van mandarijnen. Toen Milton er was hebben we het over bananen en aardappels gehad en een dag later waren er bananen. En ook gekookte aardappelen bij de lunch, alleen waren ze koud. Logisch want er wordt hier gekookt op hout en er is maar plek voor 1 pan tegelijk. Er is geen limonade en er zijn geen sapjes, we drinken water, koffie (Nescafé of onze eigen meegebrachte koffie) of thee. Gisteren heeft Han een praatje gemaakt met de projectmanager en kwam het eten ter sprake. Als hij het goed begrepen heeft krijgen we vanavond aardappels in plaats van rijst. We wachten het af…
Onze kamer hier is heel eenvoudig. Er staat een bed in met een nogal hard matras met bobbels. Inmiddels voelen we dus wel dat we ruggen hebben. Tevens een kast die maar voor de helft te gebruiken is want hij gaat niet goed open en als de la open is geweest ligt er allemaal zaagsel op de grond. Als vloerkleedje ligt er een soort van keukenzeiltje op de grond, maar niet overal. Daaronder beton. Een kapot tafeltje en een soort van kaptafeltje behoren ook tot het interieur. De badkamer is zo'n 2x2 meter met een klein wastafeltje en toilet. Doorspoelen gaat niet want het water blijft lopen. We tappen water en gieten dat er maar doorheen. Een paar gekleurde teilen en plastic bekers zijn de douche. De afvoer voor de douche is een gat in de muur. De badkamer ziet er uit als een soort van schuurtje. Voor de energie-crisis hadden we nog licht in de badkamer maar daarna niet meer. We "douchen" overdag of bij kaarslicht. Er zitten 2 gaten in de muren die dienen als raam. Ja, er kan dus ongedierte naar binnenkomen.
We hebben onze eigen klamboe opgehangen aan wat draden die tevens een soort van waslijntje zijn. Er vliegen nogal wat muggen rond en de klamboe is dus best nodig. Aangezien de kleren binnen niet echt drogen heb ik toch maar besloten onze was buiten te drogen te hangen. Zelfs de onderbroeken hangen aan de lijn en het zou me niet verbazen als onze was bestudeerd wordt als we weg zijn. Als ik kleren ga wassen offeren we het warme water op dat elke dag voor ons opgewarmd wordt om mee te douchen. Want met koud water wassen? Met als wasmiddel een stukje zeep heb je al niet het gevoel dat het echt schoon wordt. We gaan er ongetwijfeld qua kleding wat smoezelig uitzien naarmate we hier langer zijn. Maar opvallen doet dat hier niet, want niets is hier kraakhelder. Aangezien het wintertijd is valt er geen druppel regen en alles is kurkdroog. Gezien de samenstelling van de grond, meer zand dan aarde, is er heel veel stof. Als we bijvoorbeeld op de motor weg zijn geweest zitten we van onder tot boven onder een laagje stof. Alles wat je beetpakt is stoffig. Han gaat nu wat last van zijn luchtwegen krijgen.
Huisdieren hebben we ook. Overdag zie je ze niet, maar 's nachts hoor je ze des te beter. Onder de zinken golfplaten zit een soort van rieten plafond. Er zitten wel wat gaten in her en der, maar het is een plafond. 's Nachts hoor je daar van alles over heen en weer rennen. Ook geknaag hoor je. Ik hoop altijd maar dat er niets door de gaten in het plafond heen valt, want dan heb je de muizen of ratten echt aan het dansen. Een soort van licht getrippel op ons vloer-keuken-zeiltje leverde het zicht op een soort van grote torren of kevers op. Een glas over het beest heen zetten en de volgende morgen vrij laten werkt het best. Alles wat we aantrekken schudden we maar eerst uit.
Geen 4-sterren accommodatie hier maar alles went. We zijn in Nederland gewoon ongelooflijk verwend met warm stromend water, kachels, gasfornuizen met wokpitten, koelkasten, vriezers, wasmachines etc. Dat besef je des te meer als je het niet hebt. Maar eerlijk….als je hier bent dan is het ook heel normaal dat het ontbreekt.
Vandaag was er hier een bijeenkomst van 60 mensen. Op de foto zie je hoe de warme maaltijd voor 60 mensen wordt gekookt.




vrijdag 22 januari 2010

self-help-groups

Gisteren hebben we een uitgebreide "rondleiding" gehad over het overige werk dat BNM hier doet. We hebben een self-help-group, gestarte bedrijfjes en een cluster level association bezocht.

Ook hier zijn er CDC's. Projecten waarin kinderen scholing en voeding krijgen. In deze regio richt BNM zich vooral op de jongste kinderen, van 4 tot 8 jaar. De kinderen kunnen naar een staatsschool. Maar veel ouders kunnen het schoolgeld, de uniformen en de leermiddelen niet betalen. Bovendien helpen de kinderen met het werk op het land. De werkers van BNM bezoeken de dorpen en overtuigen de ouders er van om de kinderen die niet naar school gaan, naar een van hun scholen te laten gaan. De kinderen krijgen dan 2 jaar gratis onderwijs en worden dan doorgesluisd naar de reguliere staatsscholen. Dat lukt dan vaak wel. Ons werk hier bestaat ook weer vooral uit het onderzoeken van de kinderen op de CDC's. Daarnaast hebben we ook jongere kinderen met klachten uit het dorp gezien.

Om de kinderen te helpen, is hulp voor het hele dorp nodig. BNM doet ook aan "community development": zorg voor ontwikkeling van de gemeenschap. De basis hiervoor zijn de self-help-groups (SHG's). SHG's zijn groepen van 14 tot 20 vrouwen. Wekelijks leggen zij een bedrag in een pot, 2 tot 5 taka. (100 taka is een euro!) Zo wordt een potje gemaakt, waaruit iedere deelneemster geld kan lenen. Wekelijks komt de SHG bij elkaar. Als iemand geld wil lenen wordt dat besproken. Er wordt bepaald hoeveel rente zij moet betalen en in hoe veel tijd de lening moet worden terugbetaald. De lening wordt gebruikt om een investering te doen. Wij hebben een rondje gemaakt bij een SHG. Er zijn investeringen gemaakt om kunstmest te kopen, een handeltje in seizoensgroenten te starten, een vrouw heeft een naaimachine gekocht en naait kleding, soms geeft een vrouw het geld aan haar man om iets te beginnen: een medicijnwinkeltje, een theehuis, een restaurantje, een vrouw had melkkoeien gekocht, een ander geiten. We waren in een theehuis, die is gestart met een startkapitaal van 500 taka! En het werkt. Mensen kunnen in hun levensonderhoud voorzien, en kunnen hun kinderen naar school laten gaan.

De dorpsbewoners zorgen dus zelf voor het geld, en voor de terugbetaling. BNM levert de kennis om zo'n groep op te zetten. Een van de medewerksters legt uit hoe het werkt, geeft instructie en begeleidt de vergaderingen. Wekelijks verandert de voorzitter en de penningmeester en de secretaris van de SHG om ook leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. Tijdens zo'n vergadering wordt er ook een onderwerp besproken om de kennis te vergroten. Op de vergadering die wij hebben bezocht ging het over diarree. BNM heeft een uitgebreid en gepland educatieprogramma. Na zo'n twee jaar kan een SHG vaak zelfstandig, zonder verdere begeleiding functioneren.

Een cluster level association (CLA) is een bijeenkomst van vrouwen uit zo'n 10 SHG's. Elke SHG vaardigt twee vrouwen af. Op een CLA worden zaken besproken die het dorpsbelang te boven gaan. Uiteraard worden ook ideeen uitgewisseld over het functioneren van een SHG. Ze horen van elkaar wat voor investeringen er worden gedaan in de verschillende dorpen. Men wordt wijzer van elkaar. Maar wat deze CLA's ook doen is naar de overheid gaan, om te praten over wat de regio nodig heeft: electriciteit, wegen. Ze zijn (na jaren) een gerespecteerde gesprekspartner voor de lokale overheid. In de dorpen hebben de CLA's ook aanzien. Ze protesteren tegen kindhuwelijken (dit jaar hebben ze er drie voorkomen) en ze lossen onderlinge conflicten op.

Bangladesh is een land waar de vrouw erg onderdrukt wordt. Bruidsschatten, mishandeling en prostitutie (door de eigen man) zijn grote problemen hier. Door juist de ontwikkeling van de vrouw te stimuleren, verandert dat ook. Vrouwen krijgen respect van de mannen omdat ze geld verdienen, omdat ze goede ideeen hebben over de gemeenschap, omdat ze dingen weten over gezondheid en leiderschap. Maar de vrouwen krijgen vooral ook respect voor zichzelf. En dat is de basis van een veranderd denken over vrouwen.

Het was erg bemoedigend om te zien dat dit werkt. We waren echt onder de indruk.

woensdag 20 januari 2010

weer online

Wie niet in wonderen gelooft is geen realist.

Niet lang voor ons vertrek had ik een nieuwe laptop gekocht. Een Dell. Ik had al eerder een Dell gehad, en er op gerekend dat ik dan twee adaptors zou hebben om mee te nemen naar Azie. Helaas bleek Dell zijn aansluiting op de computer veranderd te hebben, zodat mijn oude adaptor niet op mijn nieuwe laptop paste. Er zit geen standaard aansluiting voor de stroom op de laptop. De aansluiting zal wel om commerciële redenen anders zijn. Ik ging dus met 1 adaptor naar Azie.

Zoals al eerder gemeld ontdekten we gisteravond dat onze adaptor door overspanning is gesneuveld. We hadden nog een beetje hoop dat het probleem in de gebrekkige bedrading zou zitten. Dus we hebben gisteravond wat zitten rommelen met draadjes en lampjes en opladers. De langslopende terreinbewaker zag dat en probeerde ons in het Bengaals wat duidelijk te maken. Het leek nogal belangrijk, en wij begrepen er niks van. Uiteindelijk lieten wij Milton er bij halen. Onze begeleider uit Dhaka, die net die ochtend was aangekomen. Het bleek dat de nachtwaker dacht dat wij de provisorische bedrading wilden doortrekken naar de badkamer om daar ook licht te hebben en dat hij een zaklamp verstandiger vond. Nou, niet dus. Nu Milton er toch was legden we hem ons probleem uit, met de bedoeling om via het hoofdkantoor in Dhaka een nieuwe adaptor te laten bestellen.

En dan nu het wonder. Milton had net een dag eerder een nieuwe laptop gekocht en zijn computer meegenomen naar Nilphamary. Een splinternieuwe Dell. Met dezelfde aansluiting als die van ons. Onze laptop kan dus met zijn adaptor worden opgeladen. De enige persoon met wie wij een redelijk gesprek kunnen voeren, en waarschijnlijke de enige in de verre omtrek die ooit op een computer heeft gewerkt, heeft net een dag eerder een laptop gekocht. En dan exact hetzelfde merk als die van ons. Met dezelfde afwijkende aansluiting. Wij vonden het in ieder geval heeeeeel bijzonder.

We mogen deze adaptor voorlopig bij ons houden en zien wel weer verder als we in Dhaka zijn. Eigenlijk hebben we niks te klagen, en alleen maar luxe problemen. Zeker voor Bengaalse begrippen hebben we het heel riant. Desondanks zijn we erg blij met wat hulp van boven.